Whisky en sigaren, welke sigaar gaat goed samen met whisky?

Whisky & Sigaren

Een goede whisky drink je niet alleen. Nee, een goede whisky drink je in het gezelschap van een goede sigaar! Het brengt iets extra’s, net als de rode wijn bij een malse biefstuk. En, net als met die fles wijn, zijn er bepaalde ideeën over welke sigaar goed past bij een bepaalde whisky. Wij probeerden twee combinaties.

Bij een goede ‘pairing’ houd je niet enkel rekening met de smaak van de whisky en de sigaar, maar ook zeker met de kracht die beide aan tafel brengen. Een heel stevige Ardbeg Uigeadail met 54.2% alcohol en de voor Ardbeg typerende rokerigheid (55 ppm), kan best samen met een stevige sigaar. Terwijl een veel subtielere drank als de Glenmorangie Signet een heel andere partner verlangt.

Ardbeg Uigeadail Gift BoxHet vertrekpunt voor deze pairing was de Ardbeg Uigeadail. Door het eesten met turf is de bekende Ardbeg rokerigheid duidelijk aanwezig, maar omdat 10% van deze Islay whisky is gerijpt op sherry vaten zijn er ook duidelijk zoetere tonen op te merken in zowel geur als smaak. Het hoge alcoholpercentage is met name te merken in de ‘kick’ op de tong, zonder dat het de andere invloeden overheerst.

We willen dus een sigaar die gewicht meebrengt, met bij voorkeur een zoete noot. Op deze manier overheerst noch de sigaar, noch de whisky, terwijl de zoete tonen elkaar kunnen ondersteunen. Voor deze pairing is gekozen voor de Ghurka Red Witch. De uit Nicaragua afkomstige sigaar is stevig, zonder tot de zwaarste te behoren, en kenmerkt zicht door zoete en kruidige tonen.

gurkha-red-witch

In kracht zijn de whisky en de sigaar goed aan elkaar gewaagd, maar wat deze combinatie echt de moeite waard maakt is hoe ze elkaars zoete tonen prachtig aanvullen. Het mooie aan een dergelijke pairing is dat de ondersteuning van de sigaar de zoete tonen van de Ardbeg opliften. Zonder de rokerigheid van de turf teniet te doen, verschijnen de sherry invloeden iets meer op de voorgrond. Tel hier de kruidige tonen van de Ghurka bij op en de smaken vinden elkaar in een rokerige rondedans.

Glenmorangie Signet Gift BoxDe geraffineerde en complexe Glenmorangie Signet vraagt een iets andere benadering. Deze fles is één van de meest bijzondere uit de Glenmorangie reeks, mede dankzij het gebruik van zogeheten “chocolate malt”: granen die door het gebruik van relatief hoge temperaturen bij het drogen complexe tonen ontwikkelen die doen denken aan cacao. Een rijke drank, met een subtiele en zachte geur én smaak. Duidelijke tonen van cacao en gedroogde vruchten en, ondanks kruidige tonen op de tong, een zachte en zeer opvallende whisky.

De Signet is minder krachtig dan de Ardbeg en vraagt daarmee voor onze pairing ook een andere sigaar. De breed gewaardeerde Avo XO Intermezzo is een geschikte kandidaat. Met de minstens zes jaar lang gerijpte tabakken brengt de sigaar aardse smaken mee die doen denken aan hout, specerijen en gedroogd fruit. De sigaar is niet per se zeer zacht, maar niet krachtig genoeg om de subtiele smaken van de Signet te overheersen.

Bij de pairing komen de smaken van zowel de sigaar als de whisky op een manier naar voren die ze individueel niet zouden kunnen bereiken. De combinatie van creme-achtige tonen in de Avo XO en de opvallende viscociteit van de Signet is bijzonder te noemen. Het zachte karakter van de XO laat alle ruimte voor de complexiteit van de Signet. De cacao blijft mooi overeind en de tonen van zoet gedroogd fruit in zowel de sigaar als de whisky tillen het geheel naar een ander niveau. De Signet is de Rolls Royce onder de Glenmorangie reeks en is op zichzelf al bijzonder, maar een combinatie met de waardige Avo XO tilt het geheel naar een hoger plan.

AVO XO Intermezzo

De beide combinaties pakten bij deze pairing zeer goed uit. De kracht was in balans en de smaken vulden elkaar aan. Een dergelijke pairing is in veel gevallen een complexe dans, waarbij het belangrijk is de karakteristieken van zowel de sigaar als de whisky te begrijpen en te respecteren. Succes!

Invloed van vaten op whisky, hoe werkt dat eigenlijk?

Whisky Barrels

Echte Scotch moet volgens de regulering in de ‘Scotch Whisky Regulations’ tenminste 3 jaar rijpen op eikenhouten vaten. Het overgrote merendeel van de Schotse whisky’s rijpt echter veel langer dan de vereiste 3 jaar. En gelukkig maar, want de vaten zijn voor een belangrijk deel bepalend voor de smaak van de whisky.

Welke verschillen zijn er tussen vaten? En wat betekent dat voor de smaak? Er valt enorm veel over te zeggen, in dit artikel een korte introductie.

Soorten en maten

Er wordt een enorme variatie aan vaten gebruikt voor de rijping van whisky. Allereerst lopen de maten van de vaten enorm uit elkaar. Onder de kleinste vaten valt bijvoorbeeld de ‘quarter cask’, een vat waar net 50 liter in past. De afmetingen zijn afgekeken van zijn grotere broer: de American Standard Barrel (ASB). De ASB heeft een inhoud van 200 liter en wordt veel gebruikt voor de rijping van bourbon.

De ASB heeft een inhoud van 200 liter en wordt veel gebruikt voor de rijping van bourbon.

Een flinke maat groter zijn de 500 liter grote ‘butts’, welke veel gebruikt worden voor de rijping van Spaanse sherry. Ook de 650 liter grote ‘pipes’ worden met name ingezet voor heerlijke dranken uit het Zuiden van Europa, in het geval van de ‘pipes’ met name port.

Een belangrijk onderscheid dat we hierboven al terug vinden is het onderscheid tussen Amerikaanse en Europese vaten. Dit zien we ook terug in het soort hout dat er voor de productie van de vaten gebruikt wordt: wit Amerikaans eiken (Quercus Alba) of Europees eiken (Quercus Robur).

Tot slot is een ander belangrijk onderscheid de leeftijd van het vat. Een vaak gebruikte term voor de leeftijd van het vat is de ‘first fill’ aanduiding. Een whisky met deze aanduiding kan gerijpt hebben op vaten waar nog geen andere drank op heeft gerijpt (‘virgin casks’) of vaten waar wel andere drank op heeft gerijpt, maar nog geen whisky.

Smaak

Er zijn erg veel factoren van invloed op de smaak van whisky. Zoals gezegd is het vat waar de whisky op rijpt een erg bepalende factor, maar zeker niet de enige. De variaties in de vaten brengen verschillende accenten in de smaak van de whisky mee.

Allereerst werden de afmetingen van de vaten genoemd. Hoe kleiner het vat, hoe intensiever het contact tussen het vat en de whisky. De ‘quarter casks’ worden gebruikt om snel een kenmerkende smaak aan een whisky mee te geven.

Quarter casks worden gebruikt om snel een kenmerkende smaak aan een whisky mee te geven.

De grotere vaten, zoals de ‘pipes’, vragen een langere maturatie om de invloed op de smaak achter te laten. De heerlijke Tomatin 14 Years Portwood heeft bijvoorbeeld de laatste 18 maanden op de 650 liter grote port ‘pipes’  gerijpt, na deze 18 maanden is de port invloed absoluut terug te vinden.

De 500 liter grote ‘butts’ die gebruikt zijn voor de rijping van sherry laten de kenmerkende zoete tonen achter in whisky, waarbij de Glenfarclas reeks wellicht het bekendste voorbeeld is. De whisky’s van Glenfarclas worden voor 100% gerijpt op voormalige sherry vaten, hetgeen je in de smaak direct terugvindt.

Het soort eiken dat gebruikt wordt heeft onder meer gevolgen voor de vanille invloeden in de whisky, waarbij Amerikaans eiken sterkere vanille invloeden achterlaat dan Europees eiken. Dit accent kan versterkt worden door de binnenzijde van de vaten te branden, hetgeen vaak gedaan wordt.

Tot slot de leeftijd van de whisky. De vuistregel hierbij is: des te jonger het vat, des te sterker de invloed van het hout. Een mooi voorbeeld is de The Glenlivet Nadurra First Fill, waarbij Amerikaans eiken is gebruikt en het hout in dit geval sterke tonen van vanille achterlaat.

Conclusie

Het vat is enorm belangrijk! En tegelijkertijd ook enorm divers. Buiten de hierboven genoemde varianten hebben we het nog niet eens gehad over het karakterstieke Japans eiken. Misschien iets voor een volgend artikel. Nu is het tijd voor een lekkere whisky met een finish op port ‘pipes’, of wellicht ga ik op zoek naar de vanille in een heerlijke ‘first fill’. In elk geval: proost!

Aperol Spritz hét drankje met Koningsdag

aperol-spritz

Wanneer heel Nederland oranje kleurt tijdens Koningsdag, kan het oranje drankje Aperol Spritz natuurlijk niet ontbreken. Hoewel Aperol Spritz met haar oranje kleur goed in het Nederlandse straatbeeld past, komt deze cocktail oorspronkelijk uit de streek Veneto in Italië.

Het is eigenlijk een variatie op de Spritz die zijn oorsprong kent uit de tijd dat het Oostenrijkse leger het noordoosten van Italië had bezet. De Oostenrijkse soldaten vonden de Italiaanse wijn te sterk en voegden er water aan toe. Het leger sprak niet van toevoegen maar van ‘spritzen’ wat ‘injecteren’ betekent in het Duits. De Italiaanse bevolking vond dit maar niks en om de wijn in ere te herstellen, voegden zij er typische Hapsburger ingrediënten aan toe. Dit is hoe de Aperol Spritz werd uitgevonden maar nog belangrijker is natuurlijk hoe je zelf een lekkere Aperol Spritz kunt maken.

Soms wordt Spritz met Campari of Select gemaakt maar meestal wordt er voor Aperol gekozen. Dit geeft het drankje de oranje kleur en de unieke bitterzoete smaak. 

Benodigdheden voor 4 personen:

  • 200 ml Aperol
  • 250 ml bruisend bronwater
  • 250 ml prosecco
  • 1 sinaasappel
  • 8 ijsblokjes

Verdeel de Aperol over longdrinkglazen en voeg het bruisende bronwater toe. Verdeel vervolgens de prosecco over de glazen. Snijd 1 plakje per persoon van de sinaasappel en halveer deze. Verdeel ze over de glazen en doe in elk glas 2 ijsblokjes.

Proost!

Chill filtered whisky, wat betekent dat precies?

Whisky Distillery

“Deze whisky is non-chill filtered…” U leest het vaker, ook hier op drank.nl hebben we meerdere non-chill filtered whisky’s. Denk aan onder meer de 18-jaar oude An Cnoc, de heerlijke Glenmorangie Quinta Ruban of de 15-jaar oude Glenfiddich Distillery Edition. Maar wat is chill filtration? En waarom wordt het gebruikt als argument voor de kwaliteit van een whisky?

De reden waarom veel whisky’s wel het proces van koelfiltratie, of chill filtration, doorlopen heeft te maken met de aanwezigheid van lipiden in de drank. Tijdens het productieproces blijven deze lipiden, afkomstig van de gerst die gebruikt is voor het maken van de whisky, achter in de drank. Lipiden zijn vetten en volledig onschadelijk voor mensen, sterker nog: veel liefhebbers van whisky stellen dat de aanwezigheid van deze lipiden bijdraagt aan de smaak.

Waarom veel distilleerderijen chill filtration toepassen op hun whisky heeft dan ook niets te maken met de gezondheid voor mensen. Het heeft vooral te maken met de perceptie van kwaliteit. Wanneer een whisky zonder koelfiltratie afkoelt of wanneer er water aan de whisky wordt toegevoegd ontstaat er een waas in de whisky. U drinkt uw whisky graag ‘on the rocks’? Als u een non-chill filtered whisky met ijs drinkt, is de kans zeker aanwezig dat u deze waas tegenkomt.

Veel distilleerderijen weten dat een deel van de klanten wellicht de waas zien als een teken van een mindere kwaliteit. Of de klant nou denkt dat dit aan het merk ligt, of aan een slechte fles in de reeks… u kunt zich voorstellen dat distilleerderijen het euvel liever voor zijn.

Zonder koelfiltratie

Bij sommige whisky’s is het afwezig zijn van de koelfiltratie geen enkel probleem. Het fenomeen van het ontstaan van de waas treedt bij kamertemperatuur namelijk alleen op als de whisky een alcoholpercentage heeft van minder dan 46%. Als we kijken naar de eerder genoemde 18-jaar oude An Cnoc zien we dat deze exact op 46% gebotteld is. Mocht u in onze winkel een whisky tegenkomen met 46% alcohol of meer, dan is de kans zeker aanwezig dat het een non-chill filtered whisky betreft.

Zoals gezegd geven veel distilleerderijen het op de fles aan wanneer er sprake is van een whisky zonder koelfiltratie. Dit wordt in deze gevallen vaak gebruikt als een indicatie van een uitmuntende smaak. Of dit ook daadwerkelijk het geval is, is een vraag waar velerlei whiskyliefhebbers een uitgesproken mening over hebben. Wij laten het vooralsnog even in het midden en nodigen u vooral uit eens één van de non-chill filtered whisky’s uit te proberen.

Het proces

Nu u bekend bent met het ‘waarom’ van koelfiltratie, is het wel leuk om even kort te kijken naar het ‘hoe’. Bij koelfiltratie wordt de whisky gekoeld tot een temperatuur van -10 graden tot maximaal 4 graden Celcius. Dankzij het koelen klonteren de ongewenste stoffen in de drank samen, zodat zij eenvoudiger uit de drank gefilterd kunnen worden middels adsorptie. Bij adsorptie hechten de ongewenste stoffen zich aan het oppervlak van de filter.

Distilleerderijen voeren de whisky vervolgens (onder druk) door metalen of papieren filters. De snelheid waarmee de whisky door de filters loopt in combinatie met de temperatuur van de drank zijn bepalend voor de hoeveelheid residu die door de filters wordt opgevangen. Tijdens dit proces worden ook andere deeltjes die in de whisky achter zijn gebleven gefilterd. Hierbij valt te denken aan residu afkomstig van het vat waar de whisky voor jaren op heeft liggen rijpen. Het resultaat is een heldere drank, vrij van residu.

Tot slot

Het moge duidelijk zijn: koelfiltratie is een veel gebruikte techniek om de whisky mooi helder te houden. Ook bij een lager alcoholpercentage van 40% en bij temperaturen onder de gebruikelijke kamertemperatuur! Het kan daarnaast geen enkel kwaad om een non-chill filtered whisky te drinken, veel liefhebbers van de drank zullen het u juist aanraden. Wij van drank.nl laten het oordeel aan u en zeggen vooral: proost!